Zorg

Kinderen willen graag steeds weer iets nieuws leren. Op school proberen we de leerlingen uit te dagen om steeds weer iets nieuws te ontdekken. Als de ontwikkeling wat minder vanzelfsprekend verloopt, dan bieden we hulp.

De school is klassikaal georganiseerd. De kinderen van een zelfde leeftijd zitten meestal in dezelfde groep. We proberen rekening te houden met goede en zwakke leerlingen.
Wie moeite heeft met een bepaald onderdeel, krijgt extra hulp en extra oefenstof.

Vanaf de kleuters worden de vorderingen van uw kind bijgehouden. Dit gebeurt door:
a) vrije observaties: kinderen observeren in allerlei situaties, o.a. spelen, opruimen, werkhouding etc.
b) vakgerichte observaties: werkhouding, taakaanpak aan de hand van het Pravoo leerlingenvolgsysteem
c) registratie van vorderingen in het werk van de kinderen
d) registratie van de resultaten van de toetsen die wij op school gebruiken van o.a. taal, lezen, rekenen en spelling.
e) het afnemen van landelijk genormeerde toetsen, ontwikkeld door het CITO. We vergelijken de ontwikkeling van uw kind met het landelijk gemiddelde. De resultaten hiervan worden in het team besproken.

De organisatie van dit alles wordt geregeld door de Intern Coördinator (ICer), dit zijn bij ons op school dhr. Albert Heus en mevr. Marleen Bloemendaal.
Soms vormen het gedrag, de prestaties in de klas of de uitslagen van de toets aanleiding om extra maatregelen te nemen. Dat gebeurt vaker dat men denkt. Kinderen worden dan in de kindbespreking, die wij als team enkele malen per jaar houden, besproken en dan wordt er besloten hoe we verder gaan. Dit kan zijn in de vorm van:
1) extra Pedagogisch Didactisch onderzoek door juffrouw Marleen van Dijk of Elize van der Water
2) extra hulp in de groep
3) extra hulp buiten de groep door een Remedial Teacher: voor de groepen 1, 2, 5, 6, 7 en 8 is dit juffrouw Marleen van Dijk en voor de groepen 3 en 4 is dit juffrouw Elize van der Water.
4) extra onderzoek door iemand van de Onderwijs Begeleidings Dienst.
Natuurlijk worden de ouders volledig op de hoogte gehouden.
 
Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra inzet onvoldoende effect heeft. Soms nemen we dan in overleg met de ouders het besluit om een klas een jaar over te doen. Dit gebeurt vooral als een kind op meerdere gebieden achter blijft in vergelijking met de meeste klasgenootjes. Doel van het zitten blijven is dat het kind daarna de basisschool gewoon kan afmaken.
 
Ook komt het voor dat we de afspraak maken dat een kind voor een bepaald vak met een aangepast programma gaat werken. Het haalt dan op dat gebied niet het eindniveau van de basisschool, maar wel de minimumdoelen.
 
Soms moeten we helaas een kind - in overleg met de ouders - verwijzen naar het speciaal onderwijs. Aan een dergelijke verwijzing gaat een heel proces vooraf.
 
Allereerst bieden we zelf extra hulp. Als dit onvoldoende effect heeft, wordt de hulp van de Onderwijs Begeleiding Dienst ingeroepen. Een medewerker van de dienst neemt dan een uitgebreide test af. Aan de hand van de test wordt dan besproken wat de mogelijkheden in het basisonderwijs zijn of dat verwijzing naar speciaal onderwijs meer voor de hand ligt. Ouders moeten hier wel toestemming voor geven en worden bij het hele proces betrokken.